Leverbot


Waar komt leverbot voor en wanneer?

Leverbotproblemen komen vooral in de nattere gebieden van Nederland voor. Dit komt omdat de leverbot afhankelijk is van een kleine poelslak (Galba Truncata) als tussengastheer. Deze leeft in greppels en slootranden die langere periodes nat blijven. De problemen met leverbot variëren sterk van jaar tot jaar. Het jaar 2012/'13 liet veel sterfte onder de schapen zien door een leverbotinfectie. Als de poelslak het moeilijk heeft gehad door droogte dan zal de leverbot zich ook minder kunnen verspreiden. 2010 bleek een mild jaar te zijn. Het vee loopt de grootste kans geïnfecteerd te worden in de periode van november tot april op vochtige percelen. 


(leverbotslak-verspreiding in Nederland)

 

Hoe weet ik dat het om leverbot gaat?

Acute leverbot laat sterfte zien doordat de leverbotten zich massaal door de galgangen vreten. Dit geeft plotselinge sterfte in het najaar en vroege winter. De dieren zijn bleek, kunnen diarree hebben en soms een waterbuik. Bij sectie is de lever zichtbaar als een bloederige massa. Zelfs na behandeling sterven enkele lammeren doordat de lever te ernstig beschadigd is. Bovendien zijn ze gevoelig voor een superinfectie met het Bloed.

Chronische leverbotinfecties zorgen ervoor dat de dieren niet meer willen groeien, dor in de vacht worden, gele slijmvliezen krijgen en uiteindelijk ook kunnen sterven. In ernstige gevallen kan verwerpen optreden. Deze dieren komen vaak aan het eind van de dracht in de problemen doordat ze niet in conditie kunnen blijven met een slecht functionerende lever.

Leverbot is aan te tonen door mestonderzoek. Om een goed beeld te krijgen kan men het beste gepoolde mestmonsters nemen, dat wil zeggen van 5 dieren gemengd uit één leeftijdsgroep (bv. de lammeren). Mestonderzoek op leverbot heeft pas zin na februari. De dieren kunnen al eerder besmet zijn maar dit zijn infecties met jonge leverbotten die nog geen eieren produceren. Vermeld wel aan het laboratorium dat het om een leverbotonderzoek gaat omdat de methode voor onderzoek anders is dan het standaard mestonderzoek op wormeieren.

Een betere en sneller methode is bloedonderzoek. Hiermee zijn infecties eerder aan te tonen en dus ook sneller en gerichter aan te pakken. Een infectie is door onderzoek op antistoffen in het bloed gemiddeld vanaf 6-8 weken na het begin van de infectie aantoonbaar. 
 


(Links een aangetaste lever, rechts een gezonde lever)

                                                      
                                        
Hoe pak ik leverbot aan?

Voor behandeling van schapen zijn een aantal middelen geregistreerd: Endex, Fasinex en Flukivercombi. De meeste producten zijn op basis van triclabendazol. Endex heeft naast triclabendazol, levamisol als werkzame stof. Levamisol is een algemeen ontwormingsmiddel dat niet werkzaam is tegen leverbot

Flukiver combi bevat closantel en mebendazol. Tegen Flukiver Combi bestaat nog geen resistentie.

Behandel alle schapen op de weide besmet met leverbot in intervallen van 10 weken gedurende het leverbotseizoen. Het leverbotseizoen is gewoonlijk van september tot januari/februari.

Veel problemen zijn in het verleden ontstaan door onderdosering.
Het gebeurt zeer regelmatig dat het gewicht van de dieren niet goed ingeschat wordt. Weeg zo nu en dan de dieren om tot een goede inschatting te komen. Het wegen van het lichtste en zwaarste dier geeft een goede indicatie.

Onderdoseren geeft het ontstaan van resistentie een kans. In het gebied boven Amsterdam is dit al het geval en moet men uitwijken naar een middel dat in Nederland gelukkig weer geregistreerd is: Flukiver combi (closantel). Dit middel werkt alleen tegen volwassen leverbot en moet dus vaker gehanteerd worden. Het is ook goed werkzaam tegen de rode lebmaagworm.
Na 2 tot 3 weken kan men de behandeling met Endex of Fasinex controleren door mestonderzoek. Worden er bij dit onderzoek eieren gevonden dan is er mogelijk sprake van resistentie.

Om de leverbotverspreiding in het voorjaar tegen te gaan kan er nog een extra behandeling in mei plaatsvinden. De behandeling doodt niet alle jonge onvolwassen leverbotten, waardoor er in het voorjaar en zomer problemen kunnen ontstaan door leverbotten die de winterbehandeling overleefd hebben.

Behandel om de resistentieontwikkeling af te remmen op bedrijven zonder leverbothistorie alleen na onderzoek. Het meest geschikt is bloedonderzoek op 4 weken na opname van besmet gras. Lammeren zijn het meest geschikt voor het aantonen van een nieuwe infectie. In het bloed van oudere dieren kunnen nog antistoffen van vorig jaar aanwezig zijn. Negatieve lammeren zijn echter geen garantie dat de ooien in hetzelfde seizoen geen leverbotinfectie oplopen.

Besmetting kan van perceel tot perceel verschillen door verschillen in de watertoestand. Vooral greppels zijn een potentiële woonplaats voor de leverbotslak. Steile slootkanten zijn over het algemeen geen probleem. Plekken waar doorlopend water blijft staan zijn het gevaarlijkst. Op deze plekken groeien vaak biezen en russen.

Een negatieve bloeduitslag bij de ooien ondersteunt de risicoafweging om niet te behandelen. Een infectie aantonen met mestonderzoek kan pas op 12 weken na opname. Deze termijn is te lang om ziekte en uitval te voorkomen.

Zowel bloed- als mestuitslagen blijven momentopnamen. Stem de herhaling van het onderzoek en behandeling af op de beweidingsrisico’s en de leverbotgeschiedenis.




Hoe voorkom ik leverbot?

De Werkgroep Leverbotprognose geeft ieder jaar rond november een prognose over de kans op besmetting met leverbot. In gebieden waar in de droge periode genoeg water is blijven staan, kan er een infectie op het land afgezet zijn. Vermijd gevaarlijke percelen, raster deze uit en behandel de schapen op tijd. Overweeg de aanleg van drainagebuis in plaats van greppels.


(leverbotslak: grootte varieert van 2 tot 5 mm)
 

Hoe voorkom ik insleep van resistente leverbot?

Leverbotten kunnen bij schapen wel 10 jaar worden. Ook als de omstandigheden voor infectie ongunstig zijn, kunnen bij aankoop op het oog gezonde dieren enkele leverbotten meenemen.

Vraag naar de leverbotgeschiedenis op het herkomstbedrijf. Wees alert bij aanvoer uit Noord-Holland (Zaanstreek en Waterland). Ook in Zuid-Holland, Utrecht en Friesland zijn resistente leverbothaarden bekend. De bekende haarden dijen steeds verder uit door rondtrekkende hazen en de verspreiding door handel in weidelammeren. Jaarrond de juiste quarantaine tegen leverbot is het antwoord tegen insleep van resistente leverbot. 

Quarantainebehandeling van nieuwe dieren: een optie is om de nieuwe aanvoer op leverbotgevoelige bedrijven met Flukiver Combi (closantel) te behandelen. Een herhalingsbehandeling op 4 weken met Flukiver Combi is vereist omdat het de jongste stadia niet dood. Daarna kan weer gewoon met Endex of Fasinex (triclabendazol) behandeld worden. Schaar in elk geval de nieuwe aanvoer pas 3 weken na de laatste behandeling in zodat ze geen meegebrachte eieren op de bedrijfspercelen kunnen deponeren. Eerder inscharen kan op hooggelegen droge percelen.

Het uitstellen van de leverbotbehandeling met 2 weken kan bij aanvoer van nieuwe dieren voor Endex of Fasinex. De behandeling met Flukiver Combi kan met 4 weken worden uitgesteld als er geen risico bestaat op acute leverbot. Herhalingsbehandelingen zijn dan niet meer nodig omdat dan alle leverbotten ondertussen oud genoeg zijn om door de middelen te worden gedood. Op deze wijze houdt u uw bedrijf het langst vrij van resistente leverbotten.

De risico’s op insleep zijn geringer:

  •  bij aanvoer van lammeren in hun eerste weidegang in plaats van oudere dieren.
  •  bij aanvoer van lammeren in de zomer in plaats van het najaar.
  •  na een voorliggend seizoen waarin sprake was van geen of een lichte leverbotbesmetting volgens de leverbotprognose.
     

 


 

Schapendokter.nl, Looweg 84, 7741 EE Coevorden
Email: info@schapendokter.nl - Tel: 06 - 460 875 60
KvK: 01164811 - BTW nr: NL005050613B01
sitemap | privacy | disclaimer

15 september 2017

Uit diverse studies komt naar voren dat het verstrekken van mineralenbolussen vlak voor of op het moment van beginnen van het dekseizoen een positief effect heeft op het aantal ooien die drachtig worden en de worpgrootte van de dieren.

Lees verder

18 augustus 2017

Vanaf 1 september 2017 zal Schapendokter.nl overgenomen worden door de schapendierenartsen van DGC Zuid Oost Drenthe.

Lees verder
Contact

Leuk onderzoek: schapen herkennen gezichten ad.nl/video/producti…

Instructievideo klauwverzorging: het Nieuwe Bekappen door onze dierenarts Reinard Everts. hetschaap.nl/instructievide…

Nog even 30 kuub drijfmest per hectare begin augustus? Nu diarree bij lammeren door hoog kali en ruw eiwit. #weggroei #mestbeterverdelen