Blauwtong

Blauwtong is een virusziekte bij herkauwers. Vooral schapen kunnen er ernstig ziek van worden of eraan sterven. Nederland is ondertussen al een paar jaar vrij van blauwtong.

De sterfte is afhankelijk van het type virus, waarvan er 24 types zijn. Runderen kunnen 100 dagen lang een bron van infectie vormen omdat het virus nog in het bloed zit. Een natuurlijke infectie bij de geit was in ons land tot nu toe nog niet geconstateerd. Experimenteel is het wel gelukt om een geit met BTV-8 te infecteren. In 2007 is echter een groot geitenbedrijf op natuurlijke wijze besmet geraakt met als gevolg een melkgiftdaling en geiten met hoge koorts.

Blauwtong wordt overgebracht door bepaalde muggensoorten, knutten, niet door contact van schapen onderling. Ook de schapenluisvlieg kan het overbrengen. De ziekte is ongevaarlijk voor mensen. Dieren die geen herkauwer zijn, lopen geen risico. Honden en katten kunnen er dus niet ziek van worden. Ook lijken van oorsprong Afrikaanse rassen minder gevoelig te zijn voor de ziekte (Kameroenschaap, Barbados Black Belly).

 

Ziekteverschijnselen

BluetongIncubatietijd is 4-12 dagen, dat wil zeggen, het aantal dagen dat de dieren na besmetting met het virus ziekteverschijnselen gaan vertonen.

De meest voorkomende verschijnselen zijn bij schapen zeer hoge koorts en algeheel ziek zijn. Neusuitvloeiing en schuimig speeksel op de bek wordt gezien. Daarnaast hebben ze last van verwondingen en ontstekingen van de mond en de tong. Die wordt soms blauw, vandaar de naam.

Bluetongue

De bek zwelt op. De blauwe tong komt maar bij een klein gedeelte van de besmette dieren voor. Verder kan er vochtophoping onder de buik en onder de kaak ontstaan. Het beeld van de flessehals kan ontstaan.

Ook kunnen de schapen kreupel worden door gezwollen kroonranden. De dieren liggen veel. Als ze staan is dit met een kromme rug en met de poten dicht bij elkaar. Ze kunnen chronisch kreupel blijven door de restverschijnselen van de kroonrandontsteking en spierverval (necrose). De ziekte kan binnen 8 tot 10 dagen tot sterfte leiden, maar ook herstel is mogelijk al kan dit lang duren.
Het virus is tot 60 dagen na het begin van de infectie in het bloed aan te tonen.

Houd er rekening mee dat fokrammen tot 8 weken na het begin van de infectie niet goed bruikbaar zijn omdat via sperma de infectie naar de ooien overgebracht kan worden. Dit kan mogelijk leiden tot misvormde vruchten of abortus. Bovendien is het sperma 6 tot 8 weken na een koortsperiode van een slechte kwaliteit.

 

Besmettingswijze

Het virus dat blauwtong veroorzaakt, het zogenaamde Orbivirus, wordt overgebracht door de steek
van bepaalde muggen (culicoides). Herkauwers kunnen elkaar niet onderling besmetten. De mug brengt het over door eerst een besmette en daarna een onbesmet dier te steken.

 

Verspreiding door de knut

Verspreiding door de knut

De ziekte kwam eerder alleen voor in warme gebieden, gelegen tussen 40 graden noorderbreedte en 35 graden zuiderbreedte. In Europa gaat het dan om Italië, Spanje, Portugal en Griekenland. In deze landen zijn regelmatig uitbraken van blauwtong. Vermoedelijk door klimaatveranderingen komen de ziekteverspreidende knutten steeds noordelijker voor. 

Bedenk dat de besmetting ook via injectienaalden overgebracht kunnen worden. Probeer tijdens een uitbraak entingen of ontwormen per injectie te voorkomen. Of zorg voor iedere injectie voor een schone naald. Er kunnen besmette dieren in een koppel aanwezig zijn die de infectie via de naald door kunnen geven.

 

De knut

Er zijn 3 soorten knutten (Culicoides imicola obsoletes, dewulfi en pulicaris). De knut is 1-2 mm groot. De volwassen knut leeft 14-21 dagen. Bij kouder weer kan hij een maand oud worden. Hij kan 1-2 km ver vliegen maar de wind kan hem wel tot 300 km ver dragen. De knut vliegt in de schemer en 's nachts, van april tot half oktober. De knut komt niet graag in stallen. Als hij er al zit dan moet hij met dieren meegelift zijn. Men gaat er vanuit dat de volwassen knut in de winter sterft en alleen de larven de winter overleven, deze dragen het virus niet.
Een ideaal gebied voor knutten is een omgeving waar dieren 's nachts buiten zijn, met plassen en poeltjes verrijkt met mest en met beschutting tegen de wind (heggen).
Uit eigen ervaring blijkt de Achterhoek een goede omgeving voor de knut te zijn.
Men vermoedt dat in Nederland de knut Culicoïdes dewulfi een rol in de overbrenging van de ziekte speelt. Deze knut is aangepast aan het Europese klimaat en heeft een goede kans de winter te overleven.

 

Bestrijding van de knutten

Bluetongue in Italy

Knuttenbestrijding met insecticides zoals bijvoorbeeld Sputop 250 ml of Butox pour on voor bestrijding op het dier. Beide middelen zijn sinds 23 augustus 2006 via een vrijstellingsregeling vrijgekomen voor het gebruik bij schapen. Beide middelen waren wel geregistreerd in België en Duitsland. Het zijn pour on preparaten die men over de rug en de buikzijde van de schapen giet. Beide hebben een nawerking. Voor runderen is Veerust Super 600 ml toegelaten evenals oorflappen met insecticide; Auriplak en Boviclip. Deze bestrijdingsmiddelen zijn geen garantie dat de ziekte niet toeslaat.

Neocidol is per oktober 2006 toegevoegd aan de lijst van toegestane middelen. Het heeft het voordeel dat het tevens werkzaam is tegen myiasis en per behandeling relatief goedkoop is. Neocidol heeft een definitieve registratie.

De stal kan men behandelen met Alfacron 10 Plus (verplicht in de 20 km zone). Het ministerie van LNV heeft een lijst van bestrijdingsmiddelen. Ook voor paarden en rundvee is een lijst gemaakt. Behandeling van de stal is verplicht maar discutabel omdat de knut in principe niet in de stal komt.

Opstallen van een uur voor zonsondergang tot een uur na zonsopgang kan ook helpen (was verplicht in de 20 km zone), maar is nog geen garantie dat de dieren niet gestoken worden.

Besmette dieren niet verplaatsen om verdere verspreiding tegen te gaan. De stress van verplaatsing doet de zieke dieren geen goed. Er wordt een exportverbod ingesteld. Een exportverbod moet na de ziekte niet meer wordt vastgesteld nog minstens 100 dagen duren. Schapen die niet ziek worden in deze periode kunnen namelijk nog steeds besmettelijk blijven.

 

Geen blauwtong, maar wat dan wel?
 

  • Zere bekjes. Meestal geen koorts, korsten aan bek, uier, kroonrand.Ook hier kan zwelling van de kop ontstaan.
  • Zonnebrand. Meestal maar 1 dier aangetast. Zwelling van de huid, loslaten van de huid en vaak wel koorts.
  • Besmetting met de rode lebmaagworm. Flessehals mogelijk (vochtophoping tussen de kaaktakken) en papierwitte oogslijmvliezen.
  • Kobaltgebrek: dikke koppenziekte vooral bij lammeren, met een traanstreep.
  • Mond en klauwzeer. Bij twijfel dierenarts waarschuwen.

 

 

Verspreiding binnen Nederland

Enten en verdere preventie

De firma's Intervet en Merial ontwikkelen op het moment een entstof tegen BTV-8. De verwachting is dat deze in het voorjaar van 2008 klaar is. Voor een vroege toelating en snelle registratieprocedure is door de landbouwministers een aanvraag ingediend in Brussel.
In Zuid-Afrika wordt al een entstof gebruikt tegen type 8. Dit is een levend combinatievaccin met type 3, 9, 10 en 11. De entvirussen vermeerderen zich in het schaap en geven een goede bescherming na een eenmalige enting. Deze entstof bergt een risico in zich om hier te gebruiken omdat men het gevaar loopt ook de andere type virussen te introduceren. Het entvirus zou zich ook binnen de knut kunnen vermeerderen. Pogingen om de entstof in Corsica te gebruiken had fatale gevolgen: veel dieren stierven en het kwam tot abortussen en vruchtbaarheidsstoornissen.
Er wordt op het moment een dode entstof ontwikkeld.

Een goede weerstand is belangrijk. Zorg dat er op tijd ontwormd wordt en geef voldoende mineralen.

 Bovenstaande afbeelding geeft de besmettingen in Nederland op 18 september 2007 weer.

 



Behandelingsrichtlijnen

  • Zorg voor makkelijk toegankelijk drinkwater. Zieke dieren staan vaak met de snuit in de wateremmer om verkoeling te krijgen.
  • Voer moet makkelijk op te nemen te zijn. Kortgesneden gras, geweekte brokken en bietenpulp of mais zijn een optie. Extra propyleenglycol kan door het voer gemengd of ingegeven worden: 2 x daags 30 ml.
  • Door het aanbrengen van insecticiden kan men proberen om verspreiding van de besmetting te verhinderen.
  • Bijkomende infecties kunnen door preventieve injecties met antibiotica (bv. oxytetracycline) voorkomen worden.
  • Bij kopoedeem en zwellingen in de hals en keelgebied kan eenmalig met cortison gespoten worden om de zwelling af te remmen.
  • Injecties met pijnstillers (NSAID's) om pijn en zwelling te verminderen.
  • De werking van levamisol is bij schapen niet bewezen (Levacide injection 75mg/ml 100 ml). Bij andere diersoorten is er een immuunstimulerende werking van dit ontwormingsmiddel aangetoond.
     

 

Drs. Frank Glorie, Halteweg 7, 7109 BH Winterswijk Miste
Email: info@schapendokter.nl - Tel: 06 - 460 875 60
KvK: 51590433 - BTW nr: NL126475386B02
sitemap | privacy | disclaimer

27 juni 2017

Nieuw Leverbot middel

Lees verder

13 juni 2017

Er bestaat een reëel risico op besmetting met blauwtong

Lees verder
Contact

Levert die wol al niks op, laat de Rova het ook nog staan. pic.twitter.com/ndheb6BYkV

Rammen houden ook van een bloemetje op de hei. pic.twitter.com/RvSdYVmZWb

Baycox Sheep is vervangen door Tolracol. 85 euro per liter in plaats van 320 euro. Scheelt een beetje als een licentie verloopt