Bluetongue is een virusziekte bij herkauwers. Vooral schapen kunnen er ernstig ziek van worden of eraan sterven. De sterfte is afhankelijk van het type virus. Er komen 24 typen virus voor.Op 17 augustus 2006 is het eerste geval in Nederland aangetoond.
In Nederland blijkt het type 8 te zijn. Dit type gaf relatief weinig sterfte. Op schapenbedrijven werd in 2006 minder dan 5 % van de dieren ziek. De tot nu waargenomen sterfte is 1-2 % (2006). In 2007 lijken de steftecijfers hoger te liggen. Op enkele bedrijven werd tot 40 % sterfte gezien. Uiteindelijk zijn er in 2007 in Noord europa 30.000 gevallen bevestigd.
Andere herkauwers (runderen, geiten, dromedarissen en wilde herkauwers) kunnen wel met het virus besmet worden, maar werden meestal niet ziek. In 2007 zijn er meer koeien gezien met ziekteverschijnselen.
Runderen kunnen 100 dagen lang een bron van infectie vormen omdat het virus nog in het bloed zit. Een natuurlijke infectie bij de geit was in ons land tot nu toe nog niet geconstateerd. Experimenteel is het wel gelukt om een geit met BTV-8 te infecteren. In 2007 is echter een groot geitenbedrijf op natuurlijke wijze besmet geraakt met als gevolg melkgiftdaling en geiten met hoge koorts.
Bluetongue wordt overgebracht door bepaalde muggensoorten, knutten, niet door contact van schapen onderling. Ook de schapenluisvlieg kan het overbrengen. De ziekte is ongevaarlijk voor mensen. Dieren die geen herkauwer zijn, lopen geen risico. Honden en katten kunnen er dus niet ziek van worden. Van oorsprong Afrikaanse rassen lijken minder gevoelig te zijn voor de ziekte (Kameroenschaap, Barbados Black Belly).
Ziekteverschijnselen

Incubatietijd is 4-12 dagen, dat wil zeggen dat de dieren na besmetting met het virus ziekteverschijnselen gaan vertonen.
De meest voorkomende verschijnselen zijn bij schapen zeer hoge koorts en algeheel ziek zijn.
Neusuitvloeiïng en schuimig speeksel op de bek wordt gezien. Daarnaast hebben ze last van verwondingen en ontstekingen van de mond en de tong. Die wordt blauw, vandaar de naam

Bluetongue. De bek zwelt op. De blauwe tong komt maar bij een klein gedeelte van de besmette dieren voor.
Verder kan er vochtophoping onder de buik en onder de kaak ontstaan. Het beeld van de flessehals kan ontstaan.
Ook kunnen de schapen kreupel worden door gezwollen kroonranden. De dieren liggen veel. Als ze staan is dit met een kromme rug en met de poten dicht bij elkaar. De dieren kunnen chronisch kreupel blijven door de restverschijnselen van de kroonrandontsteking en spierverval (necrose). De ziekte kan binnen 8 tot 10 dagen tot sterfte leiden, maar ook herstel is mogelijk al kan dit lang duren. In Nederland lijkt het percentage dieren dat sterft aan bluetongue als ze de infectie hebben opgelopen dit jaar redelijk groot te zijn. In het buitenland wordt een sterftepercentage tot 40 % opgegeven.
Het virus is tot 60 dagen na het begin van de infectie in het bloed aan te tonen.
Houdt er rekening mee dat fokrammen tot 8 weken na het begin van de infectie niet goed bruikbaar zijn omdat via sperma de infectie naar de ooien overgebracht kan worden. Dit kan mogelijk leiden tot misvormde vruchten of abortus. Bovendien is het sperma 6 tot 8 weken na een koortsperiode van een slechte kwaliteit.
Besmettingswijze
Het virus, dat bluetongue veroorzaakt, het zogenaamde Orbivirus, wordt overgebracht door de steek
van bepaalde muggen (culicoides). Herkauwers kunnen elkaar niet onderling besmetten. De mug brengt het over door eerst een besmette en daarna een onbesmet dier te steken.
Verspreiding door de knut

De ziekte kwam eerder alleen voor in warme gebieden, gelegen tussen 40 graden noorderbreedte en 35 graden zuiderbreedte. In Europa gaat het dan om Italie, Spanje, Portugal en Griekenland. In deze landen zijn regelmatig uitbraken van bluetongue. Vermoedelijk door klimaatveranderingen komen de ziekteverspreidende knutten steeds noordelijker voor. Inmiddels zijn in Nederland ook knuttensoorten ontdekt die het virus kunnen overdragen. Op 17 augustus 2006 is hier de ziekte voor het eerst vastgesteld. Nieuwe besmettingen hebben tot half december 2006 aangehouden.
In het nieuwe jaar heeft het tot augustus geduurd voordat de eerste klinische gevallen manifest werden.
Bedenk dat de besmetting ook via injectienaalden overgebracht kunnen worden. Probeer tijdens een uitbraak entingen of ontwormen per injectie te voorkomen. Of zorg voor iedere injectie voor een schone naald. Er kunnen besmette dieren in een koppel aanwezig zijn die de infectie via de naald door kunnen geven.
De knut
Er zijn 3 soorten knutten (Culicoides imicola, obsoletes,dewulfi en pulicaris). De knut is 1-2 mm groot. De volwassen knut leeft 14-21 dagen. Bij kouder weer kan hij een maand oud worden. Hij kan 1-2 km ver vliegen maar de wind kan hem wel tot 300 km ver dragen.De knut vliegt in de schemer en ´s nachts. Hij vliegt van april tot half oktober. De knut komt niet graag in stallen. Als hij er al zit dan moet hij met dieren meegelift zijn. Men gaat er vanuit dat de volwassen knut in de winter sterft en alleen de larven de winter overleven. De larven dragen het virus niet.
Een ideaal gebied voor knutten is een omgeving waar dieren ´s nachts buiten zijn, met plassen en poeltjes verrijkt met mest en met beschutting tegen de wind (heggen).
Uit eigen ervaring blijkt de Achterhoek een goede omgeving voor de knut te zijn.
Men vermoedt dat in Nederland de knut Culicoïdes dewulfi een rol in de overbrenging van de ziekte speelt. Deze knut is aangepast aan het Europese klimaat en heeft een goede kans de winter te overleven.
Bestrijding van de knutten

Knuttenbestrijding met insecticides zoals bijvoorbeeld Sputop 250 ml of Butox pour on voor bestrijding op het dier. Beide middelen zijn sinds 23 augustus 2006 via een vrijstellingsregeling vrijgekomen voor het gebruik bij schapen. De vrijstellingsregeling loopt tot eind 2007. Beide middelen waren wel geregistreerd in België en Duitsland. Het zijn pour on preparaten die men over de rug en de buikzijde van de schapen giet. Beide hebben een nawerking.Voor runderen is Veerust Super 600 ml toegelaten evenals oorflappen met insecticide; Auriplak en Boviclip. Deze bestrijdingsmiddelen zijn geen garantie dat de ziekte niet toeslaat.
Neocidol 1 liter 600 EW is per oktober 2006 toegevoegd aan de lijst van toegestane middelen. Het heeft het voordeel dat het tevens werkzaam is tegen myasis en per behandeling relatief goedkoop is. Neocidol heeft een definitieve registratie
De stal kan men behandelen met Alfacron 10 Plus 500 gram (verplicht in de 20 km zone). Het ministerie van LNV heeftt een lijst van bestrijdingsmiddelen. Ook voor paarden en rundvee is een lijst gemaakt. Behandeling van de stal is verplicht maar discutabel omdat de knut in principe niet in de stal komt.
Opstallen van een uur voor zonsondergang tot een uur na zonsopgang (was verplicht in de 20 km zone). Opstallen alleen is nog geen garantie dat de dieren niet gestoken worden.
Besmette dieren niet verplaatsen om verdere verspreiding tegen te gaan.De stress van verplaatsing doet de zieke dieren geen goed. Er wordt een exportverbod ingesteld. Een exportverbod moet na de ziekte niet meer wordt vastgesteld nog minstens 100 dagen duren. Schapen die niet ziek worden in deze periode kunnen namelijk nog steeds besmettelijk blijven.
Geen bluetongue, maar wat dan wel?
Verspreiding binnen Nederland
Enten en verdere preventie
De firma's Intervet en Merial ontwikkelen op het moment een entstof tegen BTV-8. De verwachting is dat deze in het voorjaar van 2008 klaar is . Voor een vroege toelating en snelle registratieprocedure is door de landbouwministers een aanvraag ingediend in Brussel.
In Zuid Afrika wordt al een entstof gebruikt tegen type 8. Dit is een levend combinatievaccin met type 3, 9, 10 en 11. De entvirussen vermeerderen zich in het schaap en geven een goede bescherming na een eenmalige enting. Deze entstof bergt een risico in zich om hier te gebruiken omdat men het gevaar loopt ook de andere type virussen te introduceren. Het entvirus zou zich ook binnen de knut kunnen vermeerderen. Pogingen om de entstof in Corsica te gebruiken had fatale gevolgen ; veel dieren stierven . Het kwam tot abortussen en vruchtbaarheidsstoornissen.
Er wordt op het moment een dode entstof ontwikkeld.
Een goede weerstand is belangrijk . Zorg dat er op tijd ontwormd wordt en geef voldoende mineralen.
Bovenstaande afbeelding geeft de besmettingen
in Nederland op 18 september 2007 weer.
Behandelingsrichtlijnen
18 mei 2012
Alhoewel dit de site van Schapendokter is zijn er toch nog wat schapenhouders die geiten houden. Daarom toch een tip voor de geiten.
Lees verder08 mei 2012
Nu een tip waar de dokter niet bij nodig is.Lammeren met darmkrampjes, vooral flesselammeren maar ook lammeren met rekken en strekken door een ontsteking in de darm willen nogal eens goed reageren op lijnzaad
Lees verder