Voeding

 

Biest

Er komen altijd momenten in het lammerseizoen dat men plotseling biest nodig heeft. In de lammertijd is het een goed idee om de eerste biest van enkele hoogproductieve ooien met één lam of doodgeboren lammeren in te vriezen. Dit kan men het beste doen in porties van 80 tot 100 ml (in koffiebekertjes of ijsklontzakjes). De biest van oudere ooien is van betere kwaliteit.  
De biest mag nooit in de magnetron opgewarmd worden omdat dit de antistoffen in de biest beschadigt.

Hoeveelheden biest per voeding : 

  • 200 ml voor een lam van 5 kg
  • 150 ml voor een lam van 3.5 kg.
  • 100 ml voor een lam van 2.5 kg.


Grotere hoeveelheden gaan de grootte van de lebmaag te boven. Laat het lam bij voorkeur zelf uit een fles drinken.

Gebruik een lammersonde alleen bij lammeren die vlot genoeg zijn om te slikken (lichaamstemperatuur boven 38 graden). Als het lam veel tegenstribbelt dan voorzichtig de sonde opnieuw inbrengen. Biest in de longen is fataal. Laat de biest met een snelheid van 50 ml per 25 seconden via de sonde in de maag komen. De maag krijgt dan de kans om op te rekken.

Koeienbiest is ook een redelijk alternatief. Neem biest van oudere koeien, deze bevat meer antistoffen. Ideaal is een mengsel van biest van 3 of 4 koeien.
Een andere mogelijkheid is het verstrekken van kunstbiest zoals Volostrum, kunstbiest wordt ook uit koeienbiest bereid. 

 

Opfok met kunstmelk 

De opfok van van schapelammeren vindt plaats door voorraadvoedering of gerantsoeneerde voedering. 

 

Voorraadvoedering

  • de eerste 4 à 5 weken onbeperkt Sprayfo Lam op omgevingstemperatuur voeren
  • alleen de eerste voeding de melk warm verstrekken
  • met een drinkautomaat kan de eerste 1 tot 2 weken ook warme melk (± 40°C) gegeven worden
  • met lambarvoorraadvoedering kunnen 2 - 3 lammeren per speen worden gehouden
  • naast Sprayfo wordt ook krachtvoer, hooi en water gegeven
  • tussen 5 en 7 weken leeftijd wordt er geleidelijk minder melk gegeven
  • de totale opname is 7 à 8 kg poeder
  • spenen kan op een gewicht van ca. 15 kg bij een opname van 200 gram lammerenkorrel per dag
  • weidegang kan, zodra voldoende krachtvoer en ruwvoer wordt opgenomen


 

Problemen met voorraadvoedering

Veel problemen met flesselammeren ontstaan door ineens teveel melkopname. De lebmaag loopt over en er komt melk in de pens die nog niet ontwikkeld is. De melk gaat daar gisten en rotten. Daar wordt het lam ziek van en
krijgt een dikke buik. Het gevaar van onbeperkt uit de speenemmer drinken is dit zogenaamde pensdrinken. Als er problemen ontstaan is het verstandig om weer terug te gaan naar flessevoeding (vaak en in kleine beetjes).
Imiteer de ooi, die loopt ook weg nadat het lam maar even gedronken heeft. Een emmer blijft maar hangen zonder een stap te verzetten.

Uit de speenemmer melk geven kan maar dit is niet verstandig als voorraadvoedering als de lammeren diarree hebben.
Zorg dat de lammeren niet te gulzig drinken door afgekoelde melk te geven. Door een lange toevoerslang naar de speen te gebruiken moet het lam meer moeite doen om grotere hoeveelheden melk binnen te krijgen.

Hang de emmer zo op dat het lam met een gestrekte hals de melk kan drinken. De slokdarmsleufreflex werkt dan beter waardoor de melk netjes in de lebmaag terecht komt. 

Flesselammeren die niet aan een automaat drinken blijven moeilijk diarreevrij te houden. Vaak, als de lammetjes niet ziek zijn is dit voedingsdiarree.Veel kleine beetjes geven is het sleutelwoord naar de oplossing. Bij probleemlammeren kan het beste teruggegaan worden naar 5 x per dag of meer melk geven, lauwwarm en met de fles maar niet meer dan het schema van de fabrikant.

Imiteer de ooi, de melk is daar ook warm en altijd in kleine porties beschikbaar. Als het lam weer op de rit is kan in kleine stappen weer minder frequent gegeven worden.Eventueel kan amospectine door de melk gemengd worden. Dit geeft een beschermende laag over de darmen. De melk kan ook aangezuurd worden met een lepel yoghurt om de darmflora te stabiliseren. 

 

Gerantsoeneerde voedering

Bij gerantsoeneerde voedering kan het onderstaande voerschema als richtlijn dienen. Sprayfo Lam wordt verstrekt op een temperatuur van ca. 38°C.

Voerschema Sprayfo Lam 

Dagen van t/m aantal voedingen Sprayfo Lam per dag cc melk per voeding
Eerste dag 6 60 (biest)
2 - 4 6 60
5 - 10 5 100
11 - 15 3 300
16 - 28 2 600
29 - 35 2 800
36 - 42 2 500
43 - 49 1 500

 
Afhankelijk van het geboortegewicht (gemiddeld 3,0 kg) wordt meer of minder gevoerd. Het voerschema is slechts een richtlijn. In een koude omgeving hebben lammeren meer nodig dan in een warme omgeving. Neemt het lam niet in gewicht toe maar drinkt het goed geef het dan wat meer. De juiste hoeveelheid vinden is balanceren tussen te grote porties met het risico op diarree en te kleine porties met de kans op vermageren. een goede lammeropfok is een kunst.
De uiteindelijke voergift wordt bepaald door degene die de lammeren voert. Totaal is per lam ongeveer 7 à 8 kg Sprayfo Lam nodig.
Reeds na enkele dagen moet ook goed ruwvoer (voorkeur hooi) en goede lammerenkorrels ter beschikking gesteld worden.
Na de eerste week moet water vrij opneembaar zijn.
Lammeren met een leeftijd van zes weken kunnen in enkele dagen worden gespeend.

 

Bijvoeren lammeren

Het bijvoeren van lammeren kan al beginnen als ze een week oud zijn. Denk bij het uitkiezen van een lammerkorrel aan de smakelijkheid. Een smakelijke korrel bevordert een snellere gewenning en een betere opname. Ook het ruwvoer moet smakelijk zijn. Bied in het begin kleine porties aan of voer vanuit een creepfeeder om vervuiling van de brok te voorkomen.
Jonge lammeren die aan de kunstmelk zijn moet men snel aan krachtvoer- en ruwvoeropname wennen. Dieren die naast melk al snel extra voer opnemen, groeien sneller en kunnen eerder van de (kunst)melk afgehaald worden.
In de jeugdgroei wordt de basis gelegd voor een goed ontwikkeld en gezond volwassen dier.

 

Mineralenvoorziening

Doordat veel schapen het jaar rond buiten geweid worden is het opnameniveau van mineralen en vitaminen bij schapen vaak lager dan de behoefte. Vooral de zand- en veengronden zijn arm aan koper, selenium en cobalt. Dit kan problemen opleveren rondom het dekken, het aflammeren en met de lammeropfok. Het vreten aan hokken en palen kan wijzen op een mineralentekort.
In principe zit in 300 gram brok voldoende mineralen om aan de behoefte voor het gemiddelde schaap te voldoen. Bedenk wel dat een opgelopen mineralentekort lange tijd nodig heeft om gecorrigeerd te worden. Het is dan ook goed om de dieren vrij opneembare mineralen ter beschikking te stellen zoals bijvoorbeeld Mervovit Schapen van Forfarmers.

 

Voerovergangen

Begrazen van groenbemesters zoals winterrogge is goed mogelijk. Zorg wel voor een geleidelijke overgang door de dieren eerst een paar uur te laten weiden of door hooi of kuilvoer bij te voeren. Aan het hooi moeten de schapen ook een aantal dagen gewend zijn zodat ze direct voldoende opnemen. Stuur de dieren het liefst met een volle pens de akker op zodat de pensbacteriën de overgang kunnen hebben. 

 

Kuilgras

Wees beducht voor nat kuilgras met grond erin. De listeria bacterie kan hierin leven en hersenvliesontsteking en verwerpen veroorzaken. Wees hierop kritisch bij iedere nieuw geopende baal kuilvoer.

 

Weidegras

Gras waarop slootbagger is uitgereden is  een risico voor schapen omdat in de bagger de Listeria bacterie kan zitten.

In het vroege najaar kunnen bij storm soms veel onrijpe eikels en/of eikenbladeren in het gras vallen. De meeste dieren eten graag eikels. Het eten van rijpe eikels geeft niet vaak problemen en kan zelfs prima voer zijn om de dieren in conditie te brengen. Onrijpe eikels bevatten veel tannine (looizuur) dat met name bij herkauwers aanleiding kan geven tot een ernstige beschadiging van de nieren en het maagdarmkanaal. Verschijnselen zijn sloomheid, koliek, bleke slijmvliezen en verstopping gevolgd door diarree. Behandeling met paraffine en/of lijnzaadmeel kan helpen. Voorkomen is echter beter: zet het land onder de eiken met schriknet of -draad af als er onrijpe eikels dreigen te vallen.

 

Drs. Frank Glorie, Halteweg 7, 7109 BH Winterswijk Miste
Email: info@schapendokter.nl - Tel: 06 - 460 875 60
KvK: 51590433 - BTW nr: NL126475386B02
sitemap | privacy | disclaimer

27 juni 2017

Nieuw Leverbot middel

Lees verder

13 juni 2017

Er bestaat een reëel risico op besmetting met blauwtong

Lees verder
Contact

Levert die wol al niks op, laat de Rova het ook nog staan. pic.twitter.com/ndheb6BYkV

Rammen houden ook van een bloemetje op de hei. pic.twitter.com/RvSdYVmZWb

Baycox Sheep is vervangen door Tolracol. 85 euro per liter in plaats van 320 euro. Scheelt een beetje als een licentie verloopt