Schapenhouderij Blog
Tips, trends en praktisch advies voor optimale schapengezondheidszorg en -houderij
Tips, trends en praktisch advies voor optimale schapengezondheidszorg en -houderij
We zouden het liever vergeten maar met het mooie weer zijn ook de knutten weer in opkomst. Dat betekent dat het risico van blauwtong weer om de hoek komt kijken en daarmee de vraag wat wijsheid is met betrekking tot vaccineren.

Ook dit jaar zien we weer afwijkende lammeren waarbij de verdenking sterk wijst in de richting van een Schmallenbergvirus infectie. Het Schmallenbergvirus werd voor het eerst vastgesteld in 2011. Op bedrijven met een vroege start van het aflamseizoen werden toen veel lammeren met aangeboren afwijkingen geboren. Vooral de draaiing in de nek ('torticollis') en te korte onderkaakjes vielen op, net als hele dunne of vergroeide pootjes. Binnen één dracht van een ooi kunnen zowel gezonde als zieke lammeren worden geboren. Het virus wordt net als het blauwtong virus overgebracht door de knut ( Culicoides spp.).

In veel schapenstallen komen we het tegen: al dan niet ingedroogde takken hulst. Een oude wijsheid luidt dat dit zou beschermen tegen zere bekjes. Nooit aangetoond, en ook zonder hulst verdwijnt de aandoening vaak binnen enkele weken. Feit is dat de ziekte op vrijwel ieder bedrijf in Nederland voorkomt. Het ene jaar meer dan het andere jaar, en als de uitbraak ernstig was zijn koppels er vaak weer een paar jaar helemaal van af.
Met enige regelmaat krijgen we de opmerking dat het ontwormingsmiddel niet werkt bij de lammeren met diarree. De oorzaak kan zijn dat er sprake is van resistentie tegen het gebruikte ontwormingsmiddel, maar het kan ook zijn dat er sprake is van een andere oorzaak waardoor de lammeren last hebben van diarree. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een infectie met coccidiose.
Misschien valt het na enkele droge jaren nu wel extra op: de myiasis gevallen bij schapen en lammeren. De groene vlieg die verantwoordelijk is voor de madenziekte profiteert namelijk van het vochtige en warme weer van dit jaar. Qua preventie is er met de introductie van het middel Ectofly een nieuwe mogelijkheid naast Clik, Neocidol of Barricade. Niet elk middel is geschikt als therapie, en de middelen hebben ook verschillende effecten op het milieu.
Rotkreupel is altijd een van de onderwerpen waar wij veel over gevraagd worden. Maar vaak is het geen onderwerp dat in de zomer vaak aan bod komt. Dit jaar echter niet! We krijgen heel veel vragen van zowel schapen- als geitenhouders over kreupelheid bij de dieren in de wei, zowel de lammeren als de volwassen dieren.
Voetbaden kunnen goed ingezet worden voor de beheersing en voorkoming van rotkreupel. Ze kunnen echter ook een bron van infectie zijn of gewoon geen toegevoegde waarde als ze niet juist worden uitgevoerd. Dan is het vooral zonde van de tijd en een hoop stress voor mens en dier. Met deze tips kan je er voor zorgen dat je optimaal effect ziet van je voetbad!
Bij een zware rode lebmaagworm besmetting kunnen de volwassen wormen die in de lebmaag van een lam zitten wel 200 ml bloed per dag drinken. Als je je realiseert dat 10% van het lichaamsgewicht uit bloed bestaat, dan kan een lam van 30 kg in 5 dagen tijd dus eenderde van z'n bloedvoorraad verliezen. Dat is gigantisch, en verklaart ook waarom lammeren bij een zware besmetting snel kunnen sterven.
Op dit moment is er een ‘multivalent’ vaccin beschikbaar tegen rotkreupel. Dat wil zeggen dat het vaccin bescherming biedt tegen 9 van de 10 bekende stammen. De 10 de stam zit er niet in, de reden daarvoor is ons niet bekend. Er zijn veel mensen die erg tevreden zijn over dit vaccin (Footvax) en mensen die er (te) weinig resultaat van zien. In deze blog vier vragen en de bijbehorende antwoorden over deze vaccinatie.
Je hebt er vast wel eens van gehoord: de aandoeningen ‘melkziekte’ en ‘slepende melkziekte’. We spreken van melkziekte als dieren een calciumtekort hebben, en van slepende melkziekte als er een energietekort is. Mensen die ook koeien houden kennen deze aandoeningen bij koeien kort na het kalven. Bij schapen kunnen deze aandoeningen echter aan het einde van de dracht optreden. Het lastige is dat deze twee aandoeningen zonder aanvullend onderzoek zeker in de beginfase lastig van elkaar te onderscheiden zijn.