Schapenhouderij Blog
Tips, trends en praktisch advies voor optimale schapengezondheidszorg en -houderij
Tips, trends en praktisch advies voor optimale schapengezondheidszorg en -houderij

Na de lammerperiode als alle lammetjes geboren zijn is het tijd voor de volgende stap, namelijk groeien! Een goede groei van zowel de lammeren die later als fokooi- of ram worden ingezet als lammeren die voor de slacht weggaan is eigenlijk de belangrijkste factor in het wel of niet succesvol afronden van het jaar als schapenhouder. Wat dan als die groei niet gehaald wordt? Soms is dat overduidelijk omdat er ziekten onder zitten maar soms zijn er ook veel minder duidelijke redenen voor te weinig groei. In deze blog zetten we de verschillende oorzaken op een rijtje en aan welke knoppen gedraaid zouden kunnen worden om de boel op de rit te krijgen.
Het warme voorjaar en de warme dagen van de afgelopen periode zorgen voor ideale omstandigheden voor de rode lebmaagworm (haemonchus). We zien de eitellingen in onderzochte mestmonsters sinds twee weken duidelijk oplopen. De droogte is nog een 'geluk', want daardoor komen de infectieuze larven vanuit de mest nog nauwelijks in het gras. Bij de eerst komende regenbui zal de weidebesmetting echter exponentieel kunnen gaan toenemen.
Met mestonderzoek kun je goed in de gaten houden of de wormbesmetting niet te hoog wordt en of het eventueel tijd is om te ontwormen. Maar vanaf wanneer is het nu zinvol om mestonderzoek te doen, en hoe vaak moet je het herhalen?
Met deze tropische temperaturen zijn de omstandigheden voor de rode lebmaagworm (voorheen met name een tropische aandoening!) perfect. Hoewel de eieren van de rode lebmaagworm ( Haemonchus contortus ), zich kunnen ontwikkelen bij temperaturen vanaf 12°C gaat deze ontwikkeling aanzienlijk sneller bij warme temperaturen. De wormen die zich in het schaap of lam bevinden zijn zeer vruchtbaar, ze kunnen 5.000-15.000 eieren per dag produceren. Een wormbesmetting op de weide kan daardoor onder gunstige omstandigheden heel snel tot gevaarlijke hoogtes oplopen. Maar wat zijn eigenlijk gunstige omstandigheden..?
Na de regen van de afgelopen dagen neemt het risico op worminfecties weer toe. Wormlarven hebben namelijk vocht nodig om vanuit de mest het gras in te kruipen. Zonder vocht blijven ze in de mest liggen, en worden ze niet opgegeten. Dan vindt er dus ook nauwelijks besmetting plaats van dieren. Normaal gesproken adviseren we altijd om je qua monitoring van een wormbesmetting te focussen op de lammeren. Specifiek in dit jaar adviseren we ook om de jaarlingen niet te vergeten.
Ooien ontwormen na het aflammeren: het is jarenlang gepromoot. Maar is het wel nodig om iedere ooi te ontwormen? We zien dat steeds meer schapenhouders terughoudend worden in het ontwormen na aflammeren. En terecht.
Het haemonchus seizoen is nu echt begonnen. Haemonchose wordt veroorzaakt door de rode lebmaagworm, de haemonchus contortus . In deze blog meer uitleg over het effect van deze worm op de groei en hoe het kan dat deze soms zo hard toeslaat.
Nematodirus battus larven hebben 7 ‘uitkomstdagen’ nodig om uit hun ei te komen. Elke 24 uurs periode waarin zowel de minimum temperatuur als de maximum temperatuur tussen de 11,5 en 17 graden Celcius zitten telt als één volle ‘uitkomst’ dag. Er zijn dus 7 van zulke volle dagen nodig voor een Nematodirus ei om uit te komen. Ligt de temperatuur op een dag maar 12 uur tussen deze twee waarden, dan telt dat als een halve dag. Voor 2023 geldt dat op de meeste plekken in Nederland deze datum tussen 17 en 28 april behaald lijkt te worden. De eerste klinische gevallen van Nematodirose zijn dan ook al gemeld bij ons.
De afgelopen week hebben we heel veel vragen binnen gekregen over de rode lebmaagworm (haemonchus). Na de natte periode kregen we opeens warmere temperaturen en die zorgen voor perfecte omstandigheden voor de rode lebmaagworm om in rap tempo te ontwikkelen op de weide. Maar waarom is het dit jaar opeens zo heftig? En wat kan je daar aan doen, zowel om het te voorkomen als te behandelen?
Hoewel de zomer en het begin van najaar zo droog geweest zijn dat de kans op een nieuwe leverbotbesmetting dit najaar tot nu toe erg klein is zijn er toch schapenhouders die (ernstige) klachten ondervinden van chronische besmettingen. Deze besmettingen komen nog van afgelopen voorjaar, omdat het afgelopen winter en voorjaar lang nat is geweest. Omdat de koudeperiode ook pas laat begon zijn de nieuwe besmettingen tot (zeer) laat in het jaar doorgegaan.