home  |  winkelmandje  |  mijn account  |  contact
Schapenziekten
Producten bestellen?
Diensten bestellen
Zoeken

Wormpreventie en bestrijding



Welke wormsoorten spelen een rol bij schapen?

Nematodirus soorten:
  • Vooral problemen bij lammeren in het voorjaar.
  • Koppelsgewijs optreden.
  • Vaak waterdunne diarree, de lammeren hebben veel dorst. Later achterblijvende groei.
  • Soms in het najaar bij lammeren die in het voorjaar geen besmetting gehad hebben.
  • Goed gevoelig voor middelen uit groep 1. Middelen uit groep 2 en 3 zijn minder goed werkzaam.
  • Soms massale infectie na nachtvorst gevolgd door warm weer.


Lam met diarree door wormen


Nematodirus ei




Haemonchus contortus
(rode lebmaagworm)
  • Problemen vooral in vochtige zomermaanden (juli,augustus en september) met hoge temperaturen.
  • Belangrijkste worm in ons land. De volwassen wormen bevinden zich in de lebmaag en zijn bloedzuigers.
  • De worm overwintert niet op de wei maar als larve in de lebmaag van volwassen dieren. De larven worden actief op het moment dat de ooi melk begint te geven. Op dat moment komen grote hoeveelheden wormeieren vrij als er niet ontwormd wordt met het juiste middel.
  • Geeft bloedarmoede, geen diarree en later groeivertraging.
  • Massale sterfte is bij lammeren mogelijk. Dieren die in hun eerste weideseizoen een infectie met Haemonchus hebben doorgemaakt, zullen later niet meer ernstig ziek worden.
  • Kan oedeem (zucht ) geven onder de kaaktakken.Er onstaat een dikke kop en soms de zogenaamde flessehals. Opvallend zijn de bleke (spierwitte) slijmvliezen van het oog.
  • In juni heeft GD gewaarschuwd voor sterfte als gevolg van een besmetting met de rode lebmaagworm. Helaas heeft dit niet voldoende geholpen want de sterfte heeft zich in de maanden juli en augustus voortgezet. Opvallend is dat er bij de sterfte geen sprake is van diarree. Naast lammeren worden dit jaar ook veel oudere schapen met deze verschijnselen gevonden.



Trichostrongylus
soorten

  • Problemen vooral in zomer en najaar.
  • Diarree en later groeivertraging.



Teladorsagia circumcincta

  • Problemen vooral in zomer en najaar.
  • Groeivertraging, soms diarree.


Longwormen

  • De kleine longworm wordt veel gevonden maar geeft zelden problemen.



Lintwormen

  • Lintwormen geven over het algemeen geen gezondheidsproblemen.Bij een massale besmetting kan er door een kluwen wormen een darmverstopping ontstaan. Tussengastheer van de lintworm is een grasmijt. Door het grazen worden besmette grasmijten opgenomen en raakt het schaap besmet. Een schaap bouwt afweer op tegen de lintworm en het zijn vooral lammeren die lintwormsegmenten in de mest laten zien.Als u een besmetting wil behandelen kan dat met een dubbele dosering van middelen uit groep 1 zoals Bovex.




De ontwormingsmiddelen die in Nederland beschikbaar zijn de volgende:


Groep 1:Benzimidazolen

Werkzame stof : albendazole: Valbazen schapenboli,

Werkzame stof: fenbendazol: Panacur boli , Panacur 2,5 % suspensie

Werkzame stof: oxfendazol: Bovex ,

Werkzame stof: febantel: Rintal korrels. Rintal boli

Op bijna alle bedrijven bestaat resistentie tegen deze middelen . Deze middelen zijn wel eerste keus bij Nematodirus en lintworminfecties.



Groep 2: Imidothazolen

Welke middelen?

Levamisol: Endex 8,75 suspensie 800 ml, Levacide cattle , Levacol, levamisol wormbolus.

Resistentie is nog niet aangetoond in Nederland. Levamisol is slecht werkzaam tegen de larvestadia van wormen. Het is dan ook beter om de behandeling van pas afgelamde ooien met levamisol uit te stellen tot 2 dagen voor het naar buiten gaan. De larven zijn dan actief en gevoelig voor de levamisol.Het is een goedkoop middel met een goede werkzaamheid. Doseer niet dubbel omdat dit problemen met vergiftiging kan geven.



Groep 3: Avermectines/milbemycines

Welke middelen?

Werkzame stof: ivermectine: Ivomec,
Oramec,Noromectin drench  
Euromec, Panomec, Bimectin en Paramectin worden gebruikt maar zijn niet geregistreerd voor het schaap.

Werkzame stof: doramectine: Dectomax , Prontax

Werkzame stof: moxidectine:  Cydectin 0,1% oraal en Cydectin 0,1% oraal 2,5 liter . Heeft een nawerking van 5 weken tegen Haemonchus contortus (rode lebmaagworm) .

Resistentie tegen dectomax is al aangetoond. De orale middelen zijn minder goed werkzaam tegen uitwendige parasieten dan de inspuitbare.



WIJZE VAN TOEDIENING


Drenchen


Heeft de voorkeur. Dit geeft de minste kans op beschadigingen in de bek.Toediening kan met een ( wegwerp) drenchspuit plus mondstuk of
drenchgun met zak.
Nadeel is dat de verpakkingen met suspensie vaak groot zijn zodat de kleine schapenhouder te veel vloeistof overhoudt.Het is wel belangrijk om regelmatig de spuit op juiste instelling te controleren.

Spuiten

Risico van zelfprikken. Pijnlijk voor het schaap afhankelijk van de vloeistof. Ivermectine is bijvoorbeeld pijnlijk.

Pillen

Vooral voor kleinere aantallen schapen. Gevaar voor beschadiging keel door pillenschieter. Schaap kan pil uit de bek werken. Uitkijken voor de vingers bij het in de bek duwen van pillen. Schapenkiezen zijn vlijmscherp.Niet ideaal.

Door het voer

Maar één product: Rintal korrels.Tegen Rintal is op de meeste bedrijven resistentie aanwezig. Moeilijk individueel te doseren. De grootste vreters krijgen het meeste wormmiddel binnen.

In het buitenland zijn er al bedrijven waar geen enkel wormmiddel meer werkt. Resistentie tegen middelen uit groep 2 en 3 staat ons ook te wachten. Om dit te voorkomen is er een nieuwe aanpak van wormbestrijding uitgedacht door de GD, faculteit Diergeneeskunde en Wageningen Universiteit:


DE NIEUWE WORMBESTRIJDING.


De nieuwe wormbestrijding is bedacht om verdere resistentieontwikkeling tegen te gaan. De wormbestrijding bestaat uit beweidingsmaatregelen, mestonderzoek en deels onbehandeld laten van schapen.



Beweidingsmaatregelen


Met een uitgekiende beweiding is een deel van de besmetting te voorkomen. Er zijn zelfs bedrijven waar men helemaal niet ontwormt en door slim verweiden toch goede resultaten boekt. Dit zijn wel bedrijven met een lage bezettinggraad bijv. melkveebedrijven met schapen.

Laat tot 1 juli de ooien met lammeren niet langer dan 3 weken op dezelfde schone weide lopen.
Probeer na 1 juli de lammeren niet langer dan 2 weken op hetzelfde schone stuk te laten lopen.

Schoon of veilig
land is land waar minstens 3 maanden geen schapen of geiten hebben gelopen.
Maak voor het begin van het weideseizoen een beweidingsplan en kijk of deze strategie mogelijk is. Met stroomnetten zijn percelen in kleinere stukken op te delen.

Land waar vorig jaar Nematodirusdiarree bij de jonge lammeren heeft plaatsgevonden is niet veilig. Als lammeren hierop geweid worden kan men het beste de lammeren op een leeftijd van 6 weken met een wormmiddel uit groep 1 behandelen. Ze moeten dan wel al 2 weken op de weide gelopen hebben. Hebt u eerder geen problemen gehad met Nematodirus en ontstaat er toch diarree gebruik dan als eerste keus een middel uit groep 1.

Verweidt de dieren niet direct na het ontwormen omdat er na de ontworming grote hoeveelheden wormeieren vrij kunnen komen die de nieuwe weide kunnen vervuilen.


Niet allemaal behandelen

Behandel niet alle ooien. Behandel 95-98 % van de pas afgelamde ooien met een middel uit groep 2 of groep 3. De ooien die u niet behandelt zijn oudere gezonde ooien met 1 lam. Heeft u minder dan 20 ooien behandel dan 1 ooi niet direct, maar wel een week na het naar buiten gaan.

Voor de lammeren geldt hetzelfde. Behandel 2-5 % niet. Kies hiervoor gezonde eenlingen uit met een goede weerstand. Behandel de lammeren met hetzelfde product als de ooien.


Mestonderzoek

Laat rond 1 juli mestonderzoek doen bij de lammeren en ontworm als dat nodig blijkt. Als het lukt om de lammeren steeds binnen 2 weken op een schoon stuk te weiden kan het mestonderzoek tot augustus uitgesteld worden
Als de lammeren rond 1 juli ontwormd zijn en daarna op een veilig stuk grond gebracht zijn duurt het 6 weken voordat deze weide onveilig wordt. Blijven de lammeren langer dan 6 weken op deze weide dan zou na plusminus 8 weken weer een mestonderzoek


In de webwinkel is de mogelijkheid opgenomen om mestmonster pakketten te bestellen. Er zijn verschillende mogelijkheden:

Mestonderzoek wormen/coccidiën

voor het bepalen van de hoeveelheid wormeieren (EPG) en welk soort worm er een rol speelt : Nematodirus vergt een andere behandeling dan Haemonchuswormen of coccidïen.

Mestonderzoek leverboteieren

heeft pas zin na februari en is een ander onderzoek dan naar maagdarmwormeieren.

Worm ei reductietest

Hierbij worden 2 mestmonsters ingezonden. Het eerste van vóór dat een dier behandeld is . Het tweede 10-14 dagen nadat het dier behandeld is. De vermindering van het aantal wormeieren geeft een indicatie of het gebruikte middel nog werkzaam is. (resistentieonderzoek)

Bedrijfsontwormingsplan plus 1 mestonderzoek

Aan de hand van een uitgebreide vragenlijst wordt een bedrijfsontwormingsplan opgesteld met de juiste middelen en tijdstippen van behandeling. Tevens is er bij het plan 1 mestonderzoek inbegrepen om te controleren of het plan goed werkt.


Resultaten mestonderzoek en interpretatie

Coccidiën

Veel:

Behandeling van volwassen schapen en geiten is niet nodig. Bij lammeren is behandeling alleen nodig als de lammeren 3 weken tot 3 maanden oud zijn en diarree hebben en de mest donkergekleurd is en er veel oocysten (eitjes) gevonden worden. Behandeling met diclazuril.

Lintworm (monieza)

De hoeveelheid wormeieren per gram hangt van het toeval af. Als er een lintwormlid in het monster heeft gezeten kunnen er zeer veel eitjes zichtbaar zijn. De hoeveelheid eieren per gram geeft geen goed beeld van de ernst van de infectie. Behandeling is zelden nodig.


Insleep voorkomen

Nieuwe dieren kunt u het beste 2 weken apart op stal houden en 2 maal behandelen met verschillende wormmiddelen. Eén maal met een middel uit groep 2 (levamisolgroep) en éénmaal met een middel uit groep 3 (ivermectinegroep). Het strooisel uit de stal mag niet op de weide komen omdat hier eieren van resistente wormen in kunnen zitten.


Mineralenvoorziening

Dieren met mineralengebrek zijn gevoeliger voor worminfecties


ASG heeft de volgende site gebouwd waarmee tot een keuze voor het juiste middel en moment voor ontwormen gekomen kan worden: www.wormenwijzer.nl


De GD heeft een nieuw ziekte signaleringssysteem ontwikkeld voor de schapen- en/of geitenhouder. Hiermee is het mogelijk om het optreden van myiasis, leverbot, nematodirose (dunnedarmworm) en haemonchose (lebmaagworm) vroegtijdig te volgen. Houders, dierenartsen en GD geven de ziektesignalen door via dit systeem.Het verloop van infecties met verschillende parasieten is via Ziektesignaal te volgen.Via www.capraovis.nl en via www.gddeventer.com, rubriek GD Schaap en Geit.

Australisch ontwormingslied
 



copyright 2006 schapendokter.nl